Blokkades en protesten: waarom zijn de Europese boeren boos?

Op de snelweg staan Belgische en Nederlandse tractoren © Orange Media
Sinds vorige week zijn er op diverse plekken in Europa nieuwe boerenblokkades. In Brussel demonstreerden de boeren bij het Europees Parlement en er werden diverse grensovergangen met Nederland geblokkeerd. 2024 is nu al een jaar van boerenprotesten. Maar waarom zijn de boeren boos?
De timing van de boeren om juist nu te protesteren, is niet geheel toevallig. Later dit jaar zijn er verkiezingen voor het Europese Parlement. Er wordt verwacht dat landbouw een groot thema gaat worden.

Verschillen in protesten

In heel Europa rijden de trekkers de snelweg op. Frankrijk, Duitsland, Polen, België, Roemenië: het Europese platteland is in beroering. De boeren uit die landen zeggen allemaal: 'De Europese Unie drijft ons tot wanhoop'. Toch protesteren de boeren niet in alle landen tegen dezelfde dingen.
In Vlaanderen zijn ze, net als in Nederland, boos over de stikstofplannen. De boeren in Duitsland protesteren vanwege het einde van de belastingkorting op diesel. In Frankrijk gaat het om tal van zaken, zoals handelsverdragen en de import van landbouwproducten. In Polen, Hongarije en Slowakije zijn de boeren tegen de goedkope concurrentie van graan uit Oekraïne. In Spanje maken ze zich kwaad omdat ze geen rivierwater mogen gebruiken om de droge akkers te irrigeren.
Ondanks de verschillen in de protesten is er ook een gemene deler. Alle boeren zeggen: 'We zitten klem.'

Een klein stukje geschiedenis

In 1962 werd het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) opgericht dat zich onder meer richt op het ondersteunen van landbouwers met een inkomen. Ze zorgden voor een stabiele voedselvoorziening en hielden plattelandsgebieden levensvatbaar met werkgelegenheid. Dit werd onder meer bereikt door efficiënt produceren op grote schaal. Boeren kregen een prijsgarantie voor hun producten. Er kwamen importheffingen en overheden konden ingrijpen als de marktprijzen daalden.

Overproductie

In de jaren die volgden, ging het hard. Het loonde om veel te produceren, omdat boeren uit Europa een vaste prijs per kilo of liter kregen. Gevolg: overproductie. Het beleid leidde tot groei. Boeren kochten meer machines om efficiënt en goedkoop te kunnen produceren. Er kwamen meer hele grote boerenbedrijven. Ook zetten boeren meer pesticides in, wat een grote weerslag had op de natuur.
In de jaren '90 was er een omslag. De EU ging het helemaal anders doen: ze stopten met de meeste heffingen, prijsgaranties en exportsubsidies. De boeren kregen inkomenssteun. Er werd niet meer gekeken naar kilo's en liters, maar naar hectares grond. Met twee belangrijke voorwaarden: het beschermen van het milieu en het verbeteren van de voedselkwaliteit.

Bestaansrecht boeren

Terug naar nu. Duurzaamheid, klimaatverandering en dierenwelzijn worden steeds belangrijker. Maar het wordt ook steeds duurder om boer te zijn in Europa, omdat er hier veel meer regels gelden dan op andere continenten. Het doel daarvan is het beschermen van de consument en het klimaat. Maar die regels stuiten tegen de borst van de Europese boeren. Zij zeggen: 'Wij kunnen niet concurreren met producten uit Brazilië, want die hebben niet van diezelfde regels'.
Boeren is bovendien duur, mede omdat veel anderen verdienen aan wat landbouwers doen: banken, supermarkten, slachterijen, transporteurs, handelaren in veevoer, leveranciers van kunstmest en pesticiden, verkopers van landbouwmachines. Zo verdient de supermarkt vaak meer aan een liter melk of een kilo wortels dan de boer zelf. Dus zelfs met subsidies staat het bestaansrecht van veel boeren onder druk.
Maar de EU wil dat er genoeg eten is en dat de kwaliteit daarvan hoog is. Door alle spanningen in de wereld is het nog duidelijker geworden dat de EU niet afhankelijk wil zijn van landen buiten de Europese Unie.

Groene ambities

De Europese Unie wil dus dat boeren blijven boeren en geeft ook geld, maar ze wil ook inspraak hebben. Daarnaast heeft de EU een groene ambitie. Voor 2050 willen ze helemaal klimaatneutraal zijn en de landbouw speelt een grote rol in die plannen. De boeren zijn onmisbaar in de duurzaamheidsplannen, maar dat betekent ook dat er nieuwe regels en investeringen moeten komen. De boeren hebben geïnvesteerd in dierenwelzijn en klimaat, maar ze zijn afhankelijk gemaakt van een systeem dat gericht was op efficiëntie en modernisatie. Dat heeft veel boeren diep in de schulden gestort bij banken om te blijven investeren, te groeien en om mee te kunnen blijven doen.

Veranderend beleid

"Overheden willen nog steeds maximale efficiëntie, maar ze willen ook natuurbeleid, klimaatplannen en regels over pesticidengebruik en kunstmestgebruik. Dat bijt elkaar en daar heeft het beleid toch echt onvoldoende werk in gestoken", zegt Niels Debonne van het Instituut voor Milieuvraagstukken aan de Vrije Universiteit. Veel boerenbelangenclubs zeggen ook dat veel boeren niet weten waar ze aan toe zijn, omdat het beleid de hele tijd verandert. Nu heeft de Europese Commissie voorgesteld om een onpopulaire nieuwe regel op de lange baan te schuiven: de verplichting om vier procent van de landbouwgrond braak te laten liggen. Het doel van dat plan was het stimuleren van de biodiversiteit.
Boeren hebben het de laatste jaren dus flink voor de kiezen gekregen en niet alleen qua regelgeving. Ze kregen ook steeds vaker te maken met extreem natte periodes of juist periodes van droogte. En wat te denken van de oplopende energiekosten door de energiecrisis of de hoge prijzen voor voer.
Met het oog op de verkiezingen voor het Europese Parlement zullen de boerenprotesten dus nog wel een tijdje aanhouden.
Dit artikel kwam onder andere tot stand met een video van de NOS.
💬 WhatsApp ons!
Heb jij een tip of opmerking voor de redactie? Stuur ons een bericht via whatsapp of stuur een mail naar redactie@1limburg.nl!