Kinderopvang in Limburg: 'Integrale aanpak nodig'

Afbeelding ter illustratie © iStock
Ook in Limburg is de druk op de kinderopvang merkbaar. De druk is minder groot dan landelijk, maar er is behoefte aan een integrale aanpak.
Dat zeggen MIK en Hoera, die samen verantwoordelijk zijn voor meer dan 130 kinderopvanglocaties in de hele provincie. MIK vooral in Zuid-Limburg en Hoera in Midden- en Noord-Limburg.

Nog beheersbaar

De organisaties stellen dat de kinderopvang (tot vier jaar) van 8:00 tot 18:00 uur, ondanks flinke drukte en personeelstekort, nog beheersbaar is. Hoewel er wel wachtlijsten zijn en het sterk afhangt van de locatie, worden alle kinderen uiteindelijk 'aangenomen'. Daarnaast is er net genoeg personeel beschikbaar. Het probleem ligt dan ook vooral bij de buitenschoolse opvang (bso), zegt directeur Rudie Peeters van Hoera.

Roosterperikelen

"Mensen die werken bij de dagopvang van Hoera moeten ook af en toe een dienst draaien bij de bso. Daardoor maken ze vaak maar zes uur op een dag en komen ze uit op 32 uur per week. Terwijl ze een contract hebben van 36 uur." Werknemers maken dus te weinig uren en willen niet voor bso ingezet worden, waardoor daar weer personeelstekort en wachttijden ontstaan.

Landelijke druk

Landelijk gaat het niet goed met de kinderopvang, meldt onder meer het AD. Door personeelstekorten en wachtlijsten wankelt de dag- en buitenschoolse opvang. Het kabinet wil die voorziening in 2025 veel goedkoper maken om meer vrouwen de arbeidsmarkt op te krijgen. Het huidige stelsel bleek ook te fraudegevoelig wat tot de toeslagenaffaire leidde. Of de omslag inderdaad het gewenste effect krijgt, blijft nog de vraag.

Andere structuur nodig

De problemen bij de bso zijn dus vooral te wijten aan de organisatiestructuur. Volgens Hoera-bestuurder Peeters moet daarom de opvang anders ingericht worden. "Vroeger had je veel parttimers in de kinderopvang, maar de nieuwe generatie wil fulltime werken. Je redt het financieel niet als 18-jarige met 32 uur in de week. De instroom op de buitenschoolse opvang wordt steeds kleiner, omdat de jeugd meer uren wil maken. Terwijl de vraag naar naschoolse opvang, met dus minder uren, toeneemt."

Integrale aanpak

Een andere structuur betekent dat er een andere aanpak moet komen. Integraal, waarbij onderwijs en opvang in elkaar zijn vervlochten. Daarbij leren kinderen al op de kinderopvang, nog voordat ze naar school gaan. Pedagogische medewerkers van de opvang kunnen ingezet worden om bepaalde vakken zoals lichamelijke opvoeding te geven. Personeel met een onderwijsopleiding kan dan weer op andere dagen bepaalde vakken zoals taal en rekenen geven.

Kansengelijkheid

Een aanpak waarbij onderwijs en opvang samengaan, creëert volgens directeur Raymond Clement van MIK bovendien kansengelijkheid. "Kinderopvang is in de jaren 70 van de vorige eeuw ontstaan als onderdeel van een emancipatiemodel om vrouwen aan het werk te krijgen. Maar de kinderopvang is een pedagogisch kader waarin kinderen zich ontwikkelen en inmiddels ook een kansengelijkheidsmodel", aldus Clement. "Oude modellen zoals we die kennen, werken niet meer."