Limburgers spreken thuis meer dialect dan Nederlands

Pagina uit de Vallekebergsen Dieksjenaer © L1 (Ralph Souren)
Iets minder dan de helft van de Limburgers spreekt thuis Limburgs. Daarmee is ons plat een vaker gebruikte streektaal dan het Fries.
Dat blijkt uit het grote CBS-onderzoek Samenhang en Welzijn.

Meer dan Nederlands

Volgens het onderzoek is Limburg de enige provincie waar de streektaal (met 47,9 procent) in huis meer gesproken wordt dan Nederlands (46 procent). Van de Friezen spreekt thuis iets meer dan de helft Nederlands, terwijl het Fries blijft steken op een kleine 40 procent.

Minderheidstalen

Ook in de andere provincies met een grote eigen streektaal of dialect, legt het dialect het af als meest gesproken taal in huis. Wat verder opvalt is dat ook in Brabant, Zeeland, Gelderland, Zuid-Holland en Utrecht kleine minderheden te vinden zijn die thuis Limburgs praten. En in Limburg zijn er huizen waar Fries of Nedersaksisch wordt gesproken.

Grootste streektaal

Ondanks de populariteit als spreektaal is het Limburgs niet de grootste streektaal van Nederland. Ruim 3 procent van alle Nederlandse 15-plussers spreekt thuis Limburgs, terwijl 5 procent thuis Nedersaksisch spreekt. Die verzameling dialecten wordt gesproken in het oosten van het land, in het gebied tussen Groningen en de Achterhoek. Het Fries blijft steken op 2 procent van de 15-plussers.
In totaal is bij bijna een kwart van de 15-plussers de voertaal thuis geen Nederlands, maar een dialect, een regionale taal of een andere taal.