Venlonaar brengt Amerikaanse oorlogsonderscheiding terug

Een foto van George M. Gillilan die is gesneuveld tijdens de Tweede Wereldoorlog. © Doerak Film
Een op een veilingsite gekochte medaille uit de Tweede Wereldoorlog, was voor documentairemaker Jeroen van den Kroonenberg uit Venlo het beginpunt van een zoektocht naar het verhaal achter deze onderscheiding.
Het werd een ontdekkingsreis die Van den Kroonenberg uiteindelijk bracht naar een gehucht in de Amerikaanse staat Ohio, waar hij de familie kon herenigen met de tastbare herinnering aan de soldaat die zijn leven gaf.

Zoektocht

Jeroen van den Kroonenberg is een van de eigenaren van mediabedrijf Doerak Film en deed onderzoek naar de onderscheiding die hij in handen kreeg. Uiteindelijk bleek de oorlogsonderscheiding, een Purple Heart, te zijn toegekend aan een gesneuvelde soldaat die begraven ligt op de oorlogsbegraafplaats in Margraten. George M. Gillilan kwam aan het eind van de oorlog in 1945 om het leven in Leipzig. Via de adoptanten van het graf van Gillilan kwam Van den Kroonenberg uiteindelijk via een achternichtje terecht bij de bejaarde broers Roy en Joe. Van den Kroonenberg besloot samen met cameraman Stefan Thoolen de onderscheiding terug te brengen naar de broers van George Gillilan en een film te maken over de reis naar Amerika.

Herenigen

Tijdens Veterans Day in Ohio ontmoeten de filmmakers de familie van de gesneuvelde militair. In een emotionele verrassing worden de broers Joe en Roy en neef George, vernoemd naar zijn gesneuvelde oom, herenigd met de onderscheiding van hun dierbare oom George. Meer dan 75 jaar nadat die om het leven kwam in Europa. Als ze de Purple Heart terugkrijgen, zijn ze stil en zichtbaar diep onder de indruk. De documentaire die het team van Doerak Film hierover maakte is een kerstcadeau voor de nabestaanden en een statement voor de rest van de wereld. Want volgens Van den Kroonenberg horen dit soort persoonlijke militaire memorabilia bij de nabestaanden van soldaten. Zoals de Purple Heart die nu terug is bij de familie van George M. Gillilan.