Nog veel onduidelijk over melden mijnbouwschade

Oude kolenmijn toren en kranen. © iStock
Veel bewoners van Zuid-Limburg kampen nog steeds met mijnbouwschade. Maar veel van hen weten niet bij wie ze aan moeten kloppen om hun schade te melden.
Uit onderzoek van Pointer blijkt dat er sinds 2015 honderden meldingen bij gemeenten in de mijnstreek zijn gedaan. In totaal is er 416 keer schade gemeld, van scheuren in muren en verzakkingen tot ondergelopen kelders en kruipruimtes.

Calamiteitenfonds

In 25 gevallen is de schade afgehandeld door het Calamiteitenfonds Mijn(water)schade. Deze behandelt alleen zaken waar bij de woning sprake is van een schrijnende woonsituatie, veroorzaakt door constructieve gebreken aan de fundering. In de andere gevallen konden de gemeenten niets betekenen voor de bewoners.

Onduidelijkheid

Jan de Wit, voorzitter van het Calamiteitenfonds, vermoedt dat het probleem veel groter is dan de cijfers doen vermoeden. "Het gaat naar schatting om 10.000 huizen die schade hebben opgelopen", stelt hij.
Uit een oproep die Pointer deed blijkt dat lang niet alle schadegevallen bij de gemeenten gemeld worden. Voor veel Zuid-Limburgers is niet duidelijk bij wie ze aan kunnen kloppen. Zeker nu zich een nieuw probleem aandient: door het stijgende mijnwater dat de grond omhoog drukt, kan nieuwe schade ontstaan.

Eén loket

Volgens Hans Vijlbrief, staatssecretaris Mijnbouw, is er een schaderegeling in de maak. Maar deze regeling laat inmiddels al lang op zich wachten. In 2015 deed toenmalig minister Wiebes al die belofte, maar ondertussen is de regeling nog altijd niet rond.