Aanvraag voor officiële erkenning Limburgs vlaai

Limburgse vlaai © iStock
Nederland en Vlaanderen dienen donderdag een officiële aanvraag bij de Europese Commissie in om de Limburgse vlaai te erkennen als Beschermde Geografische Aanduiding (BGA).
Dat melden Belgische media. Beide landen vinden dat de Limburgse vlaai net zo'n beschermende status verdiend als de Goudse kaas of de Jambon d'Ardenne.

Erkenning

Begin dit jaar werd de aanvraag voor een BGA in Nederland gedaan bij de Adviescommissie Geografische Aanduidingen, Oorsprongsbenamingen en Gegarandeerde Traditionele Specialiteiten (AGOS). Deze adviescommissie gaf een positief advies voor de erkenning van de Limburgse vlaai. Nu de bezwaarprocedure is afgerond kan er een officiële aanvraag worden gedaan bij de Europese Commissie.
De verwachting is dat het nog wel enige tijd zal duren voordat de erkenning toegekend zal worden. Ook bij de Europese aanvraag moet een bezwaarprocedure doorlopen worden.

Strenge eisen

Als die erkenning er komt, mogen alleen vlaaien die volgens specifieke regels gebakken zijn in Nederlands of Belgisch Limburg zich een Limburgse vlaai noemen. Deze vlaaien krijgen dan een Europees BGA-logo. Daarmee wordt de wildgroei aan Limburgse vlaaien beperkt.

Samen gebakken

De criteria voor het predicaat Limburgse vlaai zijn streng. Zo staat er in het productdossier bijvoorbeeld ook de minimale hoeveelheid boter of gewicht van de vlaai aangegeven. Een eis is dat alles, zowel de bodem als de vulling en de topping, tegelijkertijd gebakken worden. "Aardbeientaart is dus geen Limburgse vlaai", stelt Peter Nulens van de vereniging die de Limburgse bakkers vertegenwoordigd, in Belang van Limburg. "Je mag er na het bakken niets aan toevoegen en er ook geen suiker over strooien of gelatine over smeren."
Hoewel de vlaai aan specifieke eisen moet voldoen, bestaat er geen exacte bereiding. "Eén bepaald recept is er niet. Elke bakker heeft zijn eigen geheimen", aldus Nulens.
Appelkruimelvlaai © iStock

Wat is een Limburgse vlaai?

  • De vlaai wordt bereid en gebakken in de Nederlandse of Belgische provincie Limburg
  • De vlaai heeft een diameter van minimaal 10 en maximaal 30 centimeter
  • De vlaai weegt minimaal 140 tot maximaal 1400 gram, ongeacht de vulling
  • Voor de bodem wordt minimaal 300 gram boter, 350 gram vloeistof (melk en/of water), 50 gram suiker en 30 gram gist gebruikt. Er mag maximaal 20 gram zout in zitten. Het gebruik van ei is optioneel
  • De vulling kan bestaan uit (vers) fruit, rijst- of griesmeel, crème of pudding, kaas en suiker
  • De toplaag kan bestaan uit repen, een deksel, kruimels, eiwitschuim, macarons, kokos met suiker en eiwit. Een toplaag is niet per se noodzakelijk
  • De vulling en toplaag worden meegebakken met de taart. Limburgse vlaai kent geen nabewerking
  • Het is een dagvers product: de Limburgse vlaai mag niet diepgevroren worden na het bakken