Limburg koploper bij opkoopregeling

Afbeelding ter illustratie. © iStock
Drie Limburgse pluimveebedrijven, drie varkensbedrijven en een melkveehouder hebben zich tot nu toe door het provinciebestuur vrijwillig laten uitkopen in de strijd tegen stikstof.
Voor welk bedrag en waar de bedrijven zijn gevestigd blijft onbekend, maar gemiddeld werd er ruim twee miljoen euro door het Rijk betaald als compensatie. Enkele vragen en antwoorden.

Limburg is koploper, hoe komt dat?

Zowel in Limburg als in Noord-Brabant zijn al zeven veehouders uitgekocht via de zogenoemde MGA 1-regeling. Daarmee zijn deze twee provincies koploper. De regeling is verlengd tot 30 november 2022. Hierdoor heeft het provinciebestuur meer tijd om geïnteresseerden te overtuigen mee te doen aan de regeling. Voor de MGA 1-regeling geldt een marktconforme vergoeding. Wordt er meer betaald? Dan ziet Europa dat als staatsteun.
De verwachting is dat er nog zeker 13 veebedrijven een contract zullen tekenen. In totaal voldoen er veertig ondernemers aan de gestelde criteria. Het gaat dan om veebedrijven die verantwoordelijk zijn voor een flinke stikstofuitstoot (minimaal 2 mol) bij kwetsbare natuur (Natura 2000-gebieden). Er is voldoende rijksgeld om al deze bedrijven uit te kunnen kopen.

Wat verklaart nog meer het succes van onze provincie?

Limburg heeft opvallend veel kwetsbare natuur. In totaal gaat het om 24 Natura 2000-gebieden. Dus er liggen hier relatief veel veebedrijven in de buurt zo'n natuurgebied. Een aanzienlijk deel daarvan zal in de toekomst de veestapel moeten inkrimpen of kiezen om te stoppen of te verplaatsen.
Bovendien heeft de provincie een proactieve houding gehad in de benadering. In andere provincies zoals Drenthe werd de uitkoopregeling alleen vermeld in een nieuwsbrief. De onderhandelaar van de provincie Limburg ging actief de hort op om boeren persoonlijk te overtuigen en over de streep te trekken.

Wat gebeurt er met de stikstofreductie die nu wordt bereikt?

De stikstofwinst die de opkoopregeling oplevert, gaat in een stikstofbank van de overheid. Die bepaalt wat ermee gebeurt. Zo zijn in Limburg inmiddels zes paardenhouders gelegaliseerd die vielen onder de zogenoemde PAS-melders. Dat zijn bedrijven die door de overheid openlijk werden gedoogd voordat de omstreden stikstofregeling van het Rijk door de Raad van State in 2019 van tafel werd geveegd. Als gevolg daarvan moesten ze een nieuwe vergunning aanvragen. Paardenhouders worden - in tegenstelling tot de intensieve veehouderij - wel toegestaan, omdat het aantal dieren dat gehouden wordt in de meeste gevallen beperkt is, tot maximaal enkele tientallen. De stikstofuitstoot is daarmee dus ook nihil.
Landelijk zijn er ongeveer 2500 PAS-melders die zwaar in de problemen zitten en zonder nieuwe vergunning hun bedrijf kunnen sluiten. Door de stikstofreductie die wordt bereikt vanwege de vrijwillige opkoopregeling, komt er ruimte om deze PAS-melders te helpen. Het is dus niet zo dat met deze reductie ineens allerlei bouwplannen die stilliggen, uitgevoerd kunnen worden.

Wat mogen veeboeren, die stoppen, nu wel en niet?

Boeren die meedoen verliezen hun rechten en zullen hun stallen moeten afbreken. Ze mogen dus in de toekomst geen kippen, varkens of koeien meer houden. Wel kunnen ze er bijvoorbeeld voor kiezen om akkerbouwer te worden en aardappelen of bieten te telen. Ook behouden ze het recht om met het geld van de vrijwillige verkoop een nieuw veebedrijf in het buitenland te beginnen.

Komt er nog een nieuwe regeling voor andere bedrijven?

Die is in de maak door minister Christianne van der Wal (Natuur en Stikstof). Om meer veebedrijven te overtuigen spreekt ze van een 'woest aantrekkelijke' opkoopregeling. Die wordt binnenkort verwacht. Hoe meer bedrijven vrijwillig meedoen aan de regeling, hoe meer stikstofreductie wordt bereikt. Maar er is meer nodig. Niet alleen agrariërs, ook de industrie en het verkeer zullen moeten bijdragen om de natuur in Nederland te redden en de vergunningverlening weer vlot te trekken.