Foute Nederlanders werkten na de oorlog vrijwillig in mijn

De mijnwerker op de foto is ter illustratie © Wikipedia
In de jaren na de Tweede Wereldoorlog werkten ruim dertienduizend collaborateurs in de Zuid-Limburgse steenkolenmijnen. Anders dan lange tijd werd aangenomen, deden ze dit niet onder dwang.
Dat blijkt uit het onderzoek van de 72-jarige historica Annet Schoot Uiterkamp uit Maastricht. Afgelopen woensdag promoveerde ze aan de Universiteit Maastricht op haar proefschrift Kolen en kampen. Tewerkstelling van politieke delinquenten in Nederlandse steenkolenmijnen 1945-1958.

Uit de hand gelopen hobby

Zes jaar lang dook Schoot Uiterkamp in verschillende archieven om zich te verdiepen in de geschiedenis van de ‘foute’ Nederlanders in de mijnen. Haar onderzoek begon als een hobbyproject na haar pensionering als wetenschappelijk bibliothecaris, en liep al gauw uit de hand. “Ik ben van huis uit historicus en had me voorgenomen om na mijn pensioen een klein onderzoek te gaan doen voor een klein artikel”, vertelde ze in het tv-programma L1mburg Centraal. “Maar ik vond het ontzettend leuk om te doen. Het fijne was: ik werd niet gedwongen door iemand, ik hoefde het niet te doen voor mijn carrière of voor mijn inkomsten. Dat maakte het ontzettend fijn.”

Vrije keuzes

Tijdens haar onderzoek ontdekte Schoot Uiterkamp dat de tewerkgestelde collaborateurs na hun veroordeling konden kiezen hoe hun strafperiode eruit zou zien. Ze konden hun tijd doorbrengen in bijzondere strafgevangenissen of werken in een zogenaamde rijkswerkinrichting. Waren ze gezond en niet te oud, dan konden ze in de mijnen gaan werken. Het grote voordeel: ze kregen hiervoor hetzelfde loon als vrije mijnwerkers.

Geen grote protesten

Wat verder uit het onderzoek naar voren komt, is dat de aanwezigheid van de gedetineerde mijnwerkers nooit geleid heeft tot grote protesten van ‘gewone’ koempels. Schoot Uiterkamp: “Er heerste toch een sfeer van: onder de grond zijn we allemaal gelijk. En het is belangrijk dat met zijn allen weer veilig boven komen. Die mythe van het verzet, zoals ik het noem, is pas later ontstaan.”

Geen medewerking DSM

Hoewel Schoot Uiterkamp de afgelopen jaren kilometers aan archief doorploegde, bleven de deuren van de archieven van de Staatsmijnen voor haar gesloten. Chemiebedrijf DSM wilde hiervoor geen toestemming geven. “Vanwege privacy redenen, maar dat is onzin”, zegt ze daarover. “In alle archieven zitten privacygevoelige dingen.” Haar promotie is afgrond, maar het onderzoek niet. “Ik ga gewoon door."