Limburg heeft relatief weinig koeien in de wei

Koeien blijven vaak in de stal © iStock
Ongeveer een kwart van de Limburgse koeien komt nooit buiten. Van de koeien die wél in de wei mogen, staat een groter aandeel er steeds langer in. Dat blijkt uit cijfers van het CBS.
In 2020 stond in Limburg 71 procent van de koeien die naar buiten gaan, minimaal 720 uur in de wei. De twee jaar daarvoor werd dat urenaantal gehaald door 66 procent van de koeien.

Weinig ruimte

Toch ziet 26 procent van de Limburgse koeien dus nooit de weide. In heel Nederland komt 17 procent van de koeien nooit buiten. Een mogelijke verklaring voor het relatief hoge aantal binnenblijvers in onze provincie is het aantal grote melkveebedrijven. Hoe groter het bedrijf, des te moeilijker het is om genoeg wei te hebben om koeien te laten grazen. In Limburg is de ruimte daarvoor beperkt, ook al voor de kleinere melkveebedrijven.

Minder uitstoot

De Nederlandse regering wil het aantal melkveebedrijven terugdringen om zo de uitstoot van stikstof terug te dringen. Koeien in de wei laten grazen, is óók een oplossing om deze uitstoot te verminderen. In een stal poepen en plassen alle koeien op een klein stuk grond, waardoor daar veel ammoniak - en dus stikstofuitstoot - is. In een wei is de verspreiding van mest en urine veel groter, waardoor er ook minder stikstof op een centrale plaats is.

24 uur buiten

Een kleine kanttekening is daarbij wel te maken: als melkveehouders de koeien ’s nachts weer in de stal zetten, is het probleem er alsnog. In de nachtelijke uren is er dan toch een flinke concentratie van mest en urine op die ene plek - en deze blijft ook de rest van de dag aanwezig - dat er alsnog een hoge stikstofuitstoot is.