Voorjaarsnota: provincie staat voor fundamentele keuzes

Afbeelding ter illustratie © iStock
Het nieuwe provinciebestuur dat na de verkiezingen van maart volgend jaar aantreedt, zal een aantal principiële en fundamentele keuzes moeten maken over de financiën. Vrijdag praat het Limburgs Parlement over de Voorjaarsnota waarbij onder meer de financiële situatie uitgebreid aan de orde komt.
De vrij besteedbare financiële ruimte voor nieuw beleid is erg beperkt. Die bedraagt voor de jaren 2023 tot 2027 in totaal 34 miljoen euro oftewel 8,5 miljoen per jaar. In de nu lopende bestuursperiode was er in totaal 400 miljoen vrij beschikbaar. Oftewel 100 miljoen per jaar. Met dat bedrag is onder meer fors geïnvesteerd in duurzaamheid en energie, landbouw, monumenten, economie en toerisme en de sociale agenda.

Schatkist

"De provinciale schatkist is goed gevuld. Maar er tekent zich een minder rooskleurige situatie af aan de horizon". Zo typeerde SP-statenlid René van der Valk onlangs treffend de financiële stand van zaken van de provincie. Op papier zou de vrije begrotingsruimte voor het nieuwe provinciebestuur nog 150 miljoen bedragen. Maar een behoorlijk deel daarvan wordt opgeslokt door besluiten die zijn of deze statenperiode nog worden genomen over financiering van zes grote beleidsonderdelen.
Het gaat daarbij om Maastricht Aachen Airport (MAA), de vier Brightlands-campussen, mobiliteit, natuurbeheer, waterveiligheid en landbouw. Daardoor is de vrij beschikbare ruimte in de praktijk gedaald naar die 34 miljoen euro.

Oplopende kosten

In de Voorjaarsnota schetst het huidige provinciebestuur de stand van zaken, de diverse scenario’s en de knoppen waaraan gedraaid kan worden. Het Limburgs Parlement kan er vrijdag alvast een voorschot op nemen. In de nota wordt gesproken van een financieel nog steeds (zeer) gezonde provincie maar tegelijk van een nieuwe financiële werkelijkheid.
Zeer recent en actueel zijn de oplopende inflatie en de stijgende prijzen voor allerlei materialen zoals staal, koper en hout en de daaraan gekoppelde leveringsonzekerheid. Dat leidt met name bij infrastructuurprojecten tot fors hogere kosten en dus budgettaire risico’s.

Minder inkomsten provincie

Onzekerheid op de langere termijn is er ook wat betreft de belangrijkste inkomstenbron: het provinciefonds van het Rijk. Dat gaat via een andere sleutel verdeeld worden over de provincies waarbij het de vraag is hoe dat voor Limburg uitpakt. Maar belangrijker is de afschaffing in 2026 van het zogeheten accress. Dat is het systeem waarbij de uitkering uit het provinciefonds automatisch meestijgt als de uitgaven van het Rijk ook stijgen. Dat levert Limburg de komende tijd naar alle waarschijnlijkheid tientallen miljoenen euro’s meer op. Als die koppeling wordt losgelaten, betekent dat automatisch minder inkomsten.

Teruglopende dividend

Verder is de verwachting dat de inkomsten uit de provinciale opslag op de motorrijtuigenbelasting - de opcenten - teruglopen omdat er minder benzine- en dieselauto’s op de weg rijden. Over een andere, alternatieve provinciale belasting is nog lang geen duidelijkheid. De verwachting is ook dat de inkomsten uit rente en dividend dalen. Zo keert netwerkbedrijf Enexis minder dividend uit omdat er meer geïnvesteerd moet worden in het netwerk als gevolg van de overgang naar duurzame energie. De provincie bezit 16 procent van de aandelen van Enexis. Het bedrijf is de belangrijkste bron van dividend van de provincie.

Keuzes maken

Welke scenario’s zijn denkbaar voor een nieuw provinciebestuur gezien de beperkte vrije financiële ruimte van 34 miljoen euro? 'Want dit is een nieuwe realiteit voor de nieuwe Staten en de positie van de provincie. Dit vraagt om keuzes', zo staat in de Voorjaarsnota.
Eén scenario is bezuinigen op bestaande uitgaven zodat er ruimte komt voor eventueel andere beleidskeuzes. Waar dat niet mogelijk is, zijn er twee andere draaiknoppen om voor meer financiële middelen te zorgen: het verhogen van de opcenten op de motorrijtuigenbelasting of het interen op de reserves.
Momenteel leveren die opcenten 110 miljoen euro per jaar op. Maar Limburg is wel één van de provincies met de laagste heffing, 77,9 procent van wat wettelijk is toegestaan. Optrekken naar het gemiddelde van alle provincies zou de provinciale schatkist 7,9 miljoen extra opleveren. Het tarief van de duurste provincie - Groningen - hanteren, zou goed zijn voor 21,8 miljoen euro per jaar. Groningen heeft een heffing van 93,3 procent.

Bezuinigen of niet?

De reserves van de provincie bedragen momenteel 920 miljoen euro. Die pot is vooral gevuld door de verkoop van energiebedrijf Essent in 2009. Daarvan bezat de provincie 16 procent van de aandelen. Het leverde 1,2 miljard op. Eerder is een deel daarvan al ingezet voor de uitvoering van nieuw provinciaal beleid zoals het opzetten van de vier campussen.
Maar in oktober 2019 heeft het Limburgs Parlement juist een motie van de PvdA aangenomen dat de reserves moeten worden geïndexeerd. Daarbij zou het op dit moment gaan om 98 miljoen euro waardoor er helemaal geen financiële ruimte meer zou zijn voor de periode 2023-2027. Integendeel; er zou voor 64 miljoen moeten worden bezuinigd.
In de Voorjaarsnota wordt die piste dan ook nadrukkelijk ontraden omdat het dan om een ongerichte bezuiniging zou gaan zonder dat er inhoudelijke keuzes worden gemaakt.

Wees zuinig

Bij de behandeling van de Voorjaarsnota kunnen de 13 fracties in ieder geval duidelijk maken welke lijn zij in gedachten hebben. Tijdens een recente vergadering van het Limburgs Parlement liet PvdA-fractievoorzitter Jasper Kuntzelaers - mede namens GroenLinks - weten dat er zuinig met het geld van de provincie moet worden omgegaan. "We moeten aan het begin van de nieuwe bestuursperiode moeilijke keuzes maken en zoeken naar alternatieven", aldus Kuntzelaers. Hij wees erop dat hij bij de start van het toenmalige college ervoor waarschuwde dat in zijn ogen de provincie een enorm risico nam met 400 miljoen extra investeringen. "De provincie rende in volle vaart door", zegt de PvdA-fractievoorzitter.
De PVV nam al een voorschotje door zich nogmaals uit te spreken voor een verhoging van de opcenten op de motorrijtuigenbelasting. De extra inkomsten moeten dan wel worden besteed aan het onderhoud van provinciale wegen, zo vond statenlid Roel van Bijnen.

Geld zonder doel

Gedeputeerde financiën Ad Roest (Lokaal-Limburg) heeft bij zijn aantreden begin juli 2021 al duidelijk gemaakt dat hij voorstander van een begroting waarin alle structurele kosten en uitgaven van de provincie ook structureel worden gedekt. En dat dat niet deels ieder jaar opnieuw wordt bekeken. Als motto heeft hij op de deur van zijn werkkamer ook een ‘nee-nee’- sticker geplakt met de tekst: 'Géén slecht onderbouwde claims. Géén geld uitgeven zonder doel.'

Het is ons geld

Maar uiteindelijk gaat het zoals altijd om politieke keuzes. Wat dat betreft pleitte gedeputeerde Madeleine van Toorenburg er recent op een ledenvergadering van het CDA-Limburg onomwonden voor om de reserves aan te spreken.
"Als die spaarrekening moet blijven staan, dan is er over een paar jaar nul euro voor cultuur, nul euro voor sport en nul euro voor het sociale domein", betoogde Van Toorenburg. Ze riep haar partij op daar juist wel voor te gaan. Volgens haar is het sociale domein juist de plek waar het CDA van betekenis is. "Het is van ons, wij weten wat er nodig is omdat we dicht bij de mensen staan", aldus Van Toorenburg.