Verschil in woonlasten Limburg nihil

Stockfoto © iStock
Inwoners van Venlo hebben vorig jaar maandelijks minder woonkosten (616 euro) gehad dan in 2018 (640 euro). In Maastricht werd er juist 20 euro meer betaald, namelijk 603 euro in 2021 tegen 583 euro in 2018.
Dat blijkt uit cijfers van het CBS.

Verwachte stijging komend jaar

De kosten om te wonen zijn de afgelopen jaren omhoog gegaan. Maar omdat het inkomen van Nederlanders de laatste jaren sneller is gestegen, zijn ze gemiddeld gezien een kleiner deel van hun inkomen kwijt aan woonkosten. Dit jaar dreigen de woonlasten omhoog te gaan door de stijgende energieprijzen in verband met de oorlog in Oekraïne. Het effect van deze prijsstijgingen is nog niet zichtbaar in dit onderzoek.

Limburg

In heel Limburg is het verschil in woonlasten nihil. Het gaat hierbij om de huur of hypotheek, verzekeringen, gemeentelijke leges, gas, water en licht en onderhoudskosten. Waar Limburgers in 2018 nog 571 euro per maand kwijt waren om te wonen, was dat vorig jaar 569 euro.
Huurders betaalden in 2021 zo'n 501 euro aan woonlasten. Dat was 35,9 procent van hun huishoudinkomen voor de woning en bijbehorende vaste lasten, tegen 37,7 procent in 2018. Huiseigenaren betaalden vorig jaar 608 euro. Dat was 23,6 procent van hun huishoudinkomen. In 2018 was dit 27,1 procent.

Venlo

Huurders in Venlo betaalden vorig jaar 488 euro aan woonlasten. Voor huiseigenaren ging het om 692 euro. Dat houdt in dat huurders nog maar 34,2 procent van hun maandinkomen besteden aan hun woning. Huiseigenaren waren vorig jaar maar 25 procent kwijt aan de woonlasten.

Maastricht

In Maastricht liggen de bedragen iets hoger. Daar waren de maandlasten voor huurders 541 euro en voor huiseigenaren 694 euro. Daarmee betalen huurders vorig jaar 42,9 procent van hun inkomen aan woonlasten en eigenaren van een woning 24,8 procent.

Landelijk

Nederlanders waren gemiddeld vorig jaar 644 euro kwijt aan hun woning. Dat was 28,6 procent van hun huishoudinkomen, tegenover 31,1 procent in 2018. Tussen huurders en woningeigenaren zitten grote verschillen. Huurders stopten maandelijks 36,3 procent van hun inkomen in hun woning en kopers slechts 23,4 procent.