DSM vond zichzelf drie keer uit en verkast naar Zwitserland

Het hoofdkantoor van DSM in Heerlen. © L1 (Ralph Souren)
De fusie van DSM met het Zwitserse geur- en smaakstoffenbedrijf Firmenich is tekenend voor het bedrijf dat zichzelf meerdere keren opnieuw heeft uitgevonden.
In 1902 besloot de Nederlandse overheid om steenkolen te gaan winnen in Limburg. Na 120 jaar wordt bij het voormalige overheidsbedrijf De Staats Mijnen (DSM) de Nederlandse driekleur gestreken.

Steenkool

Begin twintigste eeuw werd er al steenkool gedolven in Limburg, maar alleen door private buitenlandse maatschappijen. De ondernemingen van de Domaniale Mijn, de Oranje-Nassau Mijnen, Laura en Vereeniging en Willem Sophia hadden negen mijnzetels. In 1901 besloot de Nederlandse overheid alle concessies die nog niet vergeven waren zelf te gaan exploiteren. Een jaar later werden de Staatsmijnen opgericht. Dat overheidsbedrijf zou vier mijnen gaan aanleggen en exploiteren: de Wilhelmina in Terwinselen, de Hendrik in Brunssum, de Emma in Treebeek-Hoensbroek en de Maurits in Geleen. Een vijfde, de Beatrix in Vlodrop, kwam nooit verder dan de schacht.

Druk in de weer met foto's

Oud-DSM-archivaris Harry Strijkers archiveert in zijn vrije tijd zo’n honderdduizend foto’s die gemaakt zijn door de voorlichtingsdiensten van de mijnen. De collectie is overgedragen aan het Historisch Centrum Limburg in Maastricht waar Strijkers zich een dag in de week door stapels dozen met negatieven en glasplaten werkt. Beelden van het werk ondergronds, op kantoor en in de chemische fabrieken, gemaakt door fotografen van DSM voor het bedrijfsblad Steenkool en later DSM Nieuws.

Eerste chemie

Strijkers: "In het parlement was begin twintigste eeuw een sterke lobby om de bodemschatten in eigen hand te houden en als staat te exploiteren. Daaruit ontstonden vier staatsmijnen." Al snel gaan die ook in de chemie investeren, dat gebeurt al in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Strijkers: "De eerste cokesfabriek ontstond bij de staatsmijn Emma. Daar dolven ze vetkolen die niet geschikt waren voor de huisbrand, maar door het te verhitten maakten ze er cokesgas van. Bij de Maurits werd stikstof gemaakt en dat leverde weer ammoniak op, een product dat als basis dient voor veel chemische producten zoals kunstmest."

Drie keer opnieuw uitgevonden

Strijkers concludeert dat DSM zich zeker drie keer opnieuw heeft uitgevonden. In 2002 wordt de petrochemie verkocht aan Sabic en vijf jaar later wordt besloten om afscheid te nemen van de bulkchemie. "Bulkchemie had te veel pieken en dalen. Dat wilde DSM niet, dat was te conjunctuurgevoelig", constateert Strijkers. Het concern richtte zich toen uitsluitend op hoogwaardige materialen zoals Dyneemavezel en voorts op voedings- en gezondheidsproducten. Na de fusie met het Zwitserse Firmenich blijft alleen de productie van voedings- en gezondheidsproducten over. Het is tekenend voor de aanpassing van DSM aan de tijdgeest; de ontwikkeling van de kweekvleeshamburger heeft nu prioriteit terwijl 120 jaar geleden de winning van fossiele brandstof op de eerste plaats stond.
Toch is Strijkers niet weemoedig over de fusie die het einde betekent van DSM als zelfstandig bedrijf. "Op Chemelot groeit en bloeit het nog altijd. Alles draait nog, al zijn al die fabrieken verkocht en werken ze onder een andere naam dan DSM. Het is vreemd, maar het zijn nieuwe tijden."