'Vijf akkoorden, tien toonladders, meer heb je niet nodig'

Werner Janssen heeft een lesmethode ontwikkeld © website Improcircle
Urmondenaar Werner Janssen ontwikkelde een lesmethode om jazz te leren spelen, om te improviseren. Een methode die hij zelf vergelijkt met het leren van een taal: "Wat ik de mensen leer is om je met een paar woorden al verstaanbaar te kunnen maken."
Janssen woont en werkt in Amsterdam. Hij speelt als freelance musicus voor onder meer het Metropole Orkest en hij geeft les. Janssen groeide op in Urmond waar zijn liefde voor muziek op zijn vijfde ontstond, vertelt hij in L1 Cultuurcafe: "Pap kwam een keer thuis met een langwerpig koffertje. En in dat koffertje zat een instrument. Een sopraan-sax. Ik kreeg er meteen een goed geluid uit en ik was gefascineerd dat ik andere noten hoorde als ik met mijn vingertjes andere kleppen indrukte. Sinds die dag ben ik gegrepen door de magie van muziek."

Wiskunde

Janssen ging bij de plaatselijke fanfare Sint Martinus, waar hij bugel speelde. Op zijn elfde volgde de switch naar saxofoon, maar ondanks zijn liefde voor muziek ging hij in eerste instantie toch niet naar het conservatorium: "Ik ging wiskunde studeren. Ja, met muziek moet je toch maar zien dat je er geld mee kunt verdienen. Ik ben afgestudeerd wiskundige, heb nog een blauwe maandag bij Fokker op Schiphol gewerkt. Maar ik merkte al heel snel, dit wordt hem niet. En toen ben ik alsnog conservatorium gaan doen."
Janssen ging naar het conservatorium in Hilversum om jazz te studeren. "Jazz was het echt helemaal voor mij. Altijd al. Waar anderen op hun tienerkamer over Michael Jackson droomden, luisterde ik op maandagavond altijd stiekem naar de radio. Toen had je het programma Swing Time, dat was altijd smullen. Dat waren mijn helden."

Lesmethode

Janssen studeerde af in 2000. Behalve zelf musiceren geeft hij dus ook les, onder meer in improviseren. Samen met trompettist Ruud Breuls, met wie Janssen samen opgroeide in Urmond, schreef hij in coronatijd een lesmethode: "Mijn filosofie is; als je wilt jazz wil leren spelen, als je wil improviseren, moet je andere mensen gaan na-apen. Het is hetzelfde als leren spreken, je doet je ouders na. Met improviseren aap je je muzikale ouders na. Je moet leren spreken op je instrument."

Charlie Parker

De jazz-taal die Janssen zijn leerlingen wil laten spreken is de bepop, een stijl die rond 1940 werd ‘uitgevonden’ door Charlie Parker. Janssen: "Vijf akkoorden, tien toonladders, meer is het eigenlijk niet. Als je dat door elkaar gooit krijg je de leukste solo’s. Wat ik de mensen eigenlijk leer is om zich met een paar woorden al verstaanbaar te kunnen maken. En dat is toch het leukste dat er is!"