Koning eert Maastricht: 'Leef Maastricht, Maastricht leeft'

Koning Willem-Alexander bedankt de bezoekers op het Vrijthof. © Jean-Pierre Geusens
Vanaf het hoofdpodium op het Vrijthof bedankte koning Willem-Alexander de stad Maastricht en burgemeester Annemarie Penn-te Strake en gouverneur Emile Roemer in het bijzonder. Hij noemde het bezoek aan de provinciale hoofdstad "een onvergetelijke dag".
De koning haalde in zijn speech de twee coronajaren aan die ervoor zorgden dat Koningsdag steeds uitgesteld moest worden. "Wat in het vat zit is niet verzuurd. Twee lange jaren heeft Koningsdag Maastricht in het vat gezeten. Daarin is Limburg keihard geraakt door de coronacrisis en kreeg het een watersnood over zich heen. Wat zijn we dankbaar dat het vat weer openging. Het was niet verzuurd. Maastricht en het grogramma is gegroeid. Jullie hebben iets aan ons gegeven dat we nooit meer zullen vergeten."

Oekraïne

De koning zegt intens dankbaar te zijn met zijn familie. "We hebben dit samen in vrede en veiligheid kunnen vieren. In de wetenschap dat een paar honderd kilometer hier vandaag het de mensen in Oekraïne niet gegeven is. Daarom moeten we vechten voor onze democratie en samen aantonen dat we in een vrij land willen leven."

Maastricht

Wat jullie hebben laten zien is een Maastricht van bruggen tussen het verleden en de toekomst, tussen inwoners en nieuwkomers en tussen Europa en Nederland.

Leef Maastricht, Maastricht leeft

Met de woorden 'Leef Maastricht, Maastricht leeft, dank jullie wel' sloot de koning zijn speech af. Na het zingen van het Nederlands volkslied verdween de koninklijke familie van het podium onder begeleiding van 'Het is een kwestie van geduld' van Rowwen Heze.

Poetin

Tijdens de koningsdagroute vroeg een verslaggever van de NOS de koning nog naar het dalende vertrouwen in hem door de Nederlandse bevolking. Hij zei blij te zijn met de opbouwende kritiek die hij krijgt. "Maar wat ik wel heel goed vind is opbouwende kritiek. Met andere woorden: als je dat niet hebt, dan kan je eindigen als Poetin en dat wil niemand."