'Agoraschool moet meer aandacht geven aan hoofdvakken'

Leerlingen in het schoolgebouw van Agora Roermond © Agora Roermond
De Agoraschool in Roermond moet meer aandacht schenken aan belangrijke vakken, zoals wiskunde. Dat geven oud-leerlingen aan in een onderzoek van emeritus hoogleraar onderwijskunde Jos Claessen van de Open Universiteit Heerlen.
De onderzoeker vroeg aan 22 oud-leerlingen op havo- en vwo-niveau hoe ze terugkijken op hun schooltijd op Agora Roermond en hoe het nu met hun studie gaat. Op de Agora-school mogen de leerlingen zelf de invulling van hun dag bepalen. Claessen sprak met de 'Agorianen' die in 2020 examen deden. Het is voor het eerst dat de effecten van deze onderwijsvorm zijn onderzocht in Roermond. Uit het rapport 'Over de drempel' blijkt dat de voormalige leerlingen wel erg te spreken zijn over de zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid die ze ervaarden.

Kennisoverdracht cruciaal

Bij Agora-onderwijs, dat sinds 2014 in Roermond wordt aangeboden, voeren de leerlingen zelf de regie over hun leerproces. Dat betekent geen lessen, geen rooster, geen vakken, geen cijfers en geen rapporten. "Wij kijken eerst naar het kind en dan naar de kennis. De kennisoverdracht blijft cruciaal. Het is een kip-ei verhaal. De kennis is nodig om gemotiveerd te raken, en andersom", vertelt Rob Houben, programmamanager van Agora Roermond en zelf wiskundeleraar.

Geen juiste keuze

Ondanks dat de leerlingen dus vooral leren over zaken die al hun interesse hebben, blijkt uit het rapport dat de keuze voor een passende vervolgopleiding niet gemakkelijker werd. Slechts 14 van de 22 leerlingen zeggen nu dat ze de juiste keuze hebben gemaakt. Rob Houben geeft aan dat dit aspect hun aandacht heeft. Van de 18 oud-leerlingen die begonnen zijn aan een vervolgopleiding, liggen er een jaar later negen op schema. Opvallend is dat vier oud-leerlingen met een vwo-diploma hun universitaire opleiding niet hebben vervolgd. Op het gebied van een loopbaankeuze ligt volgens onderzoeker Claessen daarom nog een uitdaging voor Agora. "We kunnen nooit verwachten dat elk kind de perfecte keuze maakt wanneer ze gedwongen op hetzelfde moment een vervolgopleiding moeten kiezen", stelt de programmamanager van de Agoraschool. "Wij moeten er als school wellicht bewuster mee bezig zijn."

Bredere oriëntatie

Inmiddels heeft de middelbare school een slag gemaakt om kinderen in de onderbouw al een bredere oriëntatie te geven. Daarvoor is de samenwerking gezocht met ICLON van de Universiteit Leiden. Dat is een onderwijsmodel van professor Fred Janssen dat gericht is op perspectieven om gericht te leren. "De eerste jaren bieden we ze daarmee meer vastigheid", legt Houben uit. "En dat ze dingen leren waarvan ze niet eens wisten dat ze die wilden leren."

Perfecte nulmeting

Agora Roermond ziet het onderzoeksrapport als 'de perfecte nulmeting' en Houben is er dan ook blij mee. "Je kunt op deze manier het onderwijs anders vormgeven. In de cijfers willen we de komende jaren verbetering zien."

Inhoudelijke bagage

Dat geldt ook voor de inhoudelijke vakken, zoals wiskunde. Die bagage is nu soms nog wat te mager, zo vinden de deelnemers aan het onderzoek. Houben zegt dat ze van deze lichting studenten hebben geleerd hoe ze het onderwijs kunnen verbeteren. "Doordat we als school ook groter zijn geworden, hebben we meer mensen met een wiskunde-achtergrond in onze organisatie."

Koppelen aan challenges

De samenwerking met ICON heeft er volgens Houben voor gezorgd dat ze in de onderbouw wiskunde al specifieker kunnen koppelen aan challenges van leerlingen. "Stel dat een kind een glas fantastisch vindt en daar alles over wil weten. Dan vragen wij: hoeveel water gaat in zo'n glas? Dat is geen vraag van een kind, maar kan wel toegevoegd worden aan de challenge. Een kind dat niet met wiskunde aan de slag gaat, leert zo toch wat een millimeter is en hoe de inhoud van een cilinder berekend moet worden."

Waan van vrijheid

De school is blij dat de oud-leerlingen erg te spreken zijn over de vrijheid en zelfstandigheid die ze genoten. De docenten zijn er volgens Houben om toch de nodige sturing te geven. "We laten de leerlingen in de waan dat ze veel vrijheid hebben. Wij, de wijze heren en dames, kijken hoe ze omgaan met die vrijheden. Zo kunnen we ze persoonlijk begeleiden. De hand van de meester mag af en toe best voelbaar zijn bij het geven van een zetje in de goede richting. Kinderen worden immers niet zelfstandig geboren, dat moeten we ze leren."