Geen patroon van integriteitsschendingen Limburgs bestuur

Afbeelding ter illustratie © iStock
Er is geen systematisch patroon van omvangrijke integriteitsschendingen in Limburg. En evenmin zijn er zaken aan het licht gekomen die mogelijk tot strafrechtelijke vervolgingen kunnen leiden.

Conclusies

Wel heeft Limburg last van een imago en van een zelfbeeld dat niet altijd overeenkomt met de werkelijkheid. Dat zijn de conclusies van het onderzoek van een commissie naar de bestuurscultuur in Limburg van de afgelopen tien jaar.
Het rapport met de titel 'Engelen bestaan niet' is vrijdag aangeboden aan gouverneur Emile Roemer.
Arno Visser, voorzitter van de onderzoekscommissie, ligt het rapport toe:

Theo Bovens

Roemers voorganger - waarnemend gouverneur Johan Remkes - gaf in mei vorig jaar opdracht voor het onderzoek. Aanleiding voor het onderzoek was de ‘climax van affaires’ in Limburg, waaronder het opstappen van het voltallige provinciebestuur en gouverneur Theo Bovens in april 2021.

286 meldingen

Ook stelde Remkes een meldpunt in waar burgers, ambtenaren of organisaties vermeende integriteitsschendingen bij provincie, gemeenten of waterschap vertrouwelijk maar niet anoniem konden melden. Daar zijn in totaal 286 meldingen van in totaal 144 melders binnengekomen. De commissie heeft die bekeken en beoordeeld.
In hun rapport schrijft de commissie dat veel melders niet expliciet zeiden te weten of hun zaak paste in een patroon.

Onmacht

De commissie concludeert dat bij diverse meldingen vooral sprake was van een gevoel van onmacht jegens het bestuur en de ambtelijke organisatie. 'Als het nu een keer goed was uitgelegd, als ik had kunnen volgen hoe de besluitvorming was gegaan, dan had ik me er wellicht beter bij neer kunnen leggen', zo vat de commissie de strekking samen.

Kritische noten

Ondanks de hoofdconclusie kraakt de commissie ook een aantal heel kritische noten. Zo oefenden bestuurders op een manier macht uit die niet altijd getuigde van gematigdheid, proportionaliteit en terughoudendheid. En er werd in de praktijk onvoldoende tegenspraak geboden of weerwoord gegeven door vrijwel alle betrokkenen binnen en buiten het provinciaal bestuur.
Dat komt vooral door de zwak ontwikkelde praktijk van het organiseren van macht en tegenmacht, zo stelt de commissie vast. Grote ambities gekoppeld aan de sterke financiële situatie hebben daardoor geleid tot rolconflicten en wantrouwen over genomen besluiten.

Ger Koopmans

Verreweg de meeste meldingen die de commissie gekregen heeft betreffen thema’s waarbij CDA-politici elkaar de bal zouden toespelen. Ger Koopmans, gedeputeerde van 2014 tot april 2021, wordt veelvuldig genoemd in de meldingen: 'Velen binnen en buiten het provinciehuis spraken met grote stelligheid over de dominantie van CDA-gedeputeerde Koopmans en de afwezigheid van tegenmacht van zijn collega’s – ook van de gouverneur. Iets zou pas kans van slagen hebben als deze gedeputeerde daar zijn goedkeuring aan gaf.'

NRC Handelsblad

Verder besteedt de commissie een apart hoofdstuk aan de rol van de media in het ‘tot stand komen en het in stand houden’ van het beeld van een afwijkende Limburgse bestuurscultuur. 'Veel respondenten’ zijn kritisch over de rol van de media in het algemeen en NRC Handelsblad in het bijzonder. Die krant is ‘onbetwist koploper’ wat betreft het publiceren over ‘kwesties in Limburg.’ De commissie constateert dat wat de media publiceren als 'evidente integriteitsschending of bewijs van een foute bestuurscultuur regelmatig niet door nader onderzoek wordt bevestigd.'
In het rapport wordt door een aantal gesprekspartners gesproken van journalistiek activisme: 'Specifiek NRC wordt genoemd als krant die actief bijdraagt aan (…) dit negatieve imago uit het verleden.'
Limburg heeft last van een imago en van een zelfbeeld dat niet altijd overeenkomt met de werkelijkheid, zo concludeert de commissie.
De onderzoekscommissie bestond uit president Arno Visser van de Algemene Rekenkamer, hoogleraar bestuurskunde Paul Frissen van de Universiteit van Tilburg en oud-hoofdofficier van justitie Kitty Nooy. Zij was acht jaar lang portefeuillehouder integriteit bij het Openbaar Ministerie.
Het provinciebestuur komt in de loop van volgende week met een reactie.