Roermond zat fout bij gedwongen sluiting saunaclub

Afbeelding ter illustratie © Etiënne Zegers
De gedwongen sluiting van saunaclub YinYang na een drugsvondst in 2016 was door de gemeente Roermond niet volgens de regels toegepast.
Tot dat oordeel kwam de Raad van State (RvS) deze week, nadat de saunaclub tot op het allerhoogste trapje van de rechtspraak in beroep ging.

Opiumwet

Met de sluiting binnen de Wet Damocles, was volgens de RvS op zich niets mis. Burgemeester Rianne Donders mag volgens de geldende Opiumwet panden op slot gooien als er een illegale hoeveelheid drugs wordt gevonden. Maar tegen die sluiting heeft YinYang zich keer op keer verzet in de rechtbank. Volgens de saunaclub waren de drugs van gasten en kon dat de bedrijfsleiding niet worden aangerekend.

Nieuwe sluitingstermijn

Door de juridische strijd kreeg de gemeente Roermond al die tijd geen kans om de saunaclub daadwerkelijk te sluiten. De eigenlijke termijn dat de deuren op slot zouden gaan, van 6 maart 2017 tot 6 maart 2018, was allang verlopen. Toen Donders alsnog gelijk kreeg van de RvS in januari 2019, legde ze een nieuwe sluitingstermijn op. De saunaclub moest dicht van 25 februari 2019 tot en met 24 februari 2020.
Een nieuwe onderbouwing voor dat 'bestuursdwangbesluit' vond Donders niet nodig. Ook daartegen ging YinYang in verweer. De saunaclub had naar eigen zeggen het deurbeleid veranderd zodat drugsovertredingen niet meer aan de orde zouden zijn. De RvS ging in haar oordeel van 8 december hierin mee. De hoogste bestuursrechters menen dat de gemeente Roermond wel degelijk een nieuwe onderbouwing had moeten geven. Het besluit dat Donders in februari 2019 nam is daarom door de RvS vernietigd.

Schadeclaim

De gemeente moet de proceskosten van ruim 2000 euro vergoeden aan de saunaclub. Dat zal nog maar een fractie zijn van een mogelijke schadeclaim die YinYang gaat vragen. Of Donders zal met goede argumenten moeten komen om de sluiting alsnog te verantwoorden.

ING

Eerder won de saunaclub al een rechtszaak tegen de ING. De bank wilde de samenwerking stopzetten toen bleek dat justitie onderzoek deed naar mogelijke witwaspraktijken. ING vreesde voor reputatieschade. Na een schikking met twee bedrijfsleiders van YinYang werd de strafzaak in 2018 echter geseponeerd. Daarmee zou de kans op reputatieschade voor de bank niet meer bestaan, oordeelde de rechter in een kort geding. ING moest YinYang als klant houden. Een geluk voor de saunaclub omdat andere banken geen zaken willen doen. In hoger beroep wist ING wel af te dwingen dat het de saunaclub mag weigeren om nog contant geld te laten afstorten.