Nieuw hoofdstuk in 'oliebollengate'

De gebakkraam van Erik Verwijk in Weert. © Facebook/Verwijk's gebakkramen
De gemeente Weert moet zich opnieuw buigen over de standplaats van oliebollenbakker Erik Verwijk, die ieder jaar met zijn kraam in de stad staat tijdens de wintermaanden.
Dat heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg vrijdag bepaald.

Bezwaar

De oliebollenbakker had bezwaar gemaakt tegen het nieuwe standplaatsenbeleid, dat de gemeente Weert vorig jaar invoerde. De stad heeft vier vaste seizoensplaatsen waar in de wintermaanden gebakken en verkocht mag worden. In het nieuwe beleid werden die plaatsen verkocht aan de hoogste bieder en niet aan degene die het jaar ervoor ook de vergunning voor een plaats had.

Nieuwe beslissing

De voorzieningenrechter oordeelde vrijdag dat het nieuwe beleid in strijd is met de standplaatsenverordening van de gemeente Weert. Het gemeentebestuur moet daarom een nieuwe beslissing nemen over de kwestie.

Dertig jaar

Het is een nieuw hoofdstuk in een slepende affaire rondom de standplaatsen. Verwijk maakt zich al jaren zorgen over de situatie en heeft al meerdere keren moeten verhuizen. En dat terwijl hij al meer dan dertig jaar met zijn kraam in de stad staat. "Elke keer heb ik gedaan wat de gemeente van me vroeg, elke keer opnieuw een klantenkring opgebouwd en nu word ik op zo’n manier afgeserveerd. Het zit me hoog", aldus Verwijk eerder dit jaar.
Aangezien het winterseizoen steeds dichterbij komt, moet het gemeentebestuur voor 1 oktober een beslissing hebben genomen van de voorzieningenrechter.