Eis: Cel en enkelband voor brievenbuspyromaan

© YouTube Politie Limburg
Het Openbaar Ministerie heeft een celstraf geëist voor de 19-jarige jongen die verantwoordelijk wordt gehouden voor een reeks brievenbusbranden in het Maastrichtse Heugem.
Justitie sprak dinsdag tijdens de rechtszaak van opzettelijke brandstichting, waarbij de tiener de slachtoffers had blootgesteld aan een levensgevaarlijke situatie.

Celstraf

Het Openbaar Ministerie eist daarom 720 dagen jeugddetentie, waarvan 603 dagen voorwaardelijk. Omdat de jongen al 117 dagen in voorarrest heeft gezeten, hoeft hij dus niet meer terug de gevangenis in.

Verklaringen

De rechter las tijdens de zaak 'heftige verklaringen' voor van slachtoffers: "Velen leven nog met angst- en onveiligheidsgevoelens." Zij vragen dan ook om een immateriële schadevergoeding. "Hij mag zich in zijn handjes klappen dat het zo goed is afgelopen. Er hadden doden kunnen vallen."

Depressief

De 19-jarige jongen liet weten zich weinig te kunnen herinneren van de brandstichtingen. Hij voelde zich depressief in die periode en was verslaafd aan softdrugs. Ook de bewuste avond was hij onder invloed van softdrugs en alcohol. "Ik had hele dag geblowed." De jongen heeft erg veel spijt van zijn daden en geeft aan geen pyromaan te zijn.

Excuses

De verdachte erkent alle feiten die hij zich kan herinneren. En hij geeft aan dat hij waarschijnlijk ook verantwoordelijk is voor de andere feiten. De jongen zegt geprobeerd te hebben om contact te zoeken met slachtoffers om zijn excuses te maken, maar dit mocht niet tijdens zijn voorlopige hechtenis. Inmiddels gaat het naar eigen zeggen heel goed met hem: hij heeft fulltime baan bij een schildersbedrijf en is van de softdrugs af.

Enkelband

De officier van justitie zei het wel 'erg belangrijk' te vinden dat de jongen berouw toont. "Ik waardeer de excuusbrief ook." Desondanks komt er wat de officier betreft een proeftijd van twee jaar en moet de tiener verplicht behandeld worden. Daarnaast moet hij voorlopig een enkelband dragen, vindt justitie.
Op 7 november doet de rechtbank uitspraak.