Burgemeester ontsnapte aan moordaanslag nazi's

Oud-burgemeester Marcel van Grunsven van Heerlen. © Archieffoto MGL
Burgemeester Marcel van Grunsven van Heerlen is in augustus 1944 - één maand vóór de bevrijding - ontsnapt aan een door de nazi’s geplande moordaanslag.
Dat melden de Limburgse kranten woensdagmorgen op basis van een boek over de oud-burgemeester dat woensdag gepresenteerd wordt.

Moordaanslag

De Duitsers Max Ströbel, chef van de Sicherheitspolizei (SiPo) in Maastricht en SiPo-beul Richard Nitsch beraamden de moordaanslag op de immer lastige Van Grunsven en enkele plaatsgenoten.
Historici Fred Cammaert en Marcel Put van History- Works schrijven dat in Eindelijk een echte burgemeester; feiten en fabels over Marcel van Grunsven 1940-1946. Dit boek wordt vandaag gepresenteerd.
De historici deden nieuw onderzoek naar het oorlogsverleden van Van Grunsven nadat journalist Joep Dohmen uit Heerlen in zijn familiegeschiedenis De geur van kolen had gerept over té Duitsvriendelijk handelen van de burgemeester tijdens de bezettingsjaren.

Genoeg van Van Grunsven

De historici concluderen dat het Van Grunsven in de oorlog juist lukt om instanties tegen elkaar uit te spelen en invoering van tal van maatregelen te traineren, van hun scherpste kanten te ontdoen of ongedaan te maken. Het feit dat Heerlen op dat moment een belangrijke mijnstad is, speelt hierin een grote rol. Het veiligstellen van de kolenproductie staat voorop.
Naarmate de geallieerden in 1944 oprukken, krijgen de nazi’s steeds meer genoeg van de fratsen van Marcel van Grunsven op wie zij vier jaar lang weinig grip hebben.
Lokale NSB’ers willen al eerder ingrijpen. Harde bewijzen tegen Van Grunsven ontbreken echter steeds. De burgemeester ontvangt signalen dat hij en enkele anderen in het Untertauchernest Heerlen op hun tellen moeten passen. "Die legen wir um”, heeft Max Ströbel gezegd.

Liquidatie

Als op 14 augustus een verzetsman de gevreesde Heerlense landwachter en NSB’er Mathias Raeven liquideert, vinden Ströbel en Nitsch dat de burgemeester moet verdwijnen.
Op 17 augustus vertelt een dronken en gespannen Duitser, Carl Hanke, aan de eigenaar van het Grand Hotel in Heerlen,Wilhelm Brouwer, dat hij door de SiPo is benaderd om deel te nemen aan een moordaanslag op Van Grunsven. Brouwer en zijn echtgenote zijn NSB’ers die na de geallieerde invasie tot inkeer zijn gekomen. Zij brengen deken Pieter Nicolaye op de hoogte van de geplande moordaanslagen.

Handgranaten

Diezelfde dag laat stamgast Hanke nog meer los: ‘Dat zal vandaag of morgen gebeuren met handgranaten’. Mevrouw Brouwer alarmeert de burgemeester. Goede Heerlense politie-agenten houden daarna een oogje in het zeil bij de bedreigde woningen. Zij betrappen bij een woning landwachters van de NSB, die vervolgens afdruipen. Daarmee voorkomen zij waarschijnlijk de aanslagen. Korte tijd later duikt Van Grunsven onder.
In de krant van donderdag meer over burgemeester Van Grunsven in oorlogstijd.