Cultuur op het woonwagenkamp: 'We passen hier op elkaar'

Baer Burhenne voor zijn woonwagen © L1 (Niena Bocken)
In de serie 'Cultuur op het kamp' maak je kennis met een aantal opvallende Limburgse woonwagenbewoners. Baer Burhenne (78) woont op het woonwagenkamp aan de Kaldenkerkerweg in Venlo.
Hij komt uit de reizigerscultuur, ook wel 'mensen van de reis' genoemd. Dat zijn overwegend woonwagenbewoners met een autochtone achtergrond. Baer werd geboren in 1944, tijdens de Tweede Wereldoorlog. De ouders en grootouders van Baer woonden destijds op het woonwagenkamp in Venlo, maar zijn vader besloot voor de oorlog te verhuizen naar een 'gewoon' woonhuis in Tegelen. Dat deed hij omdat de Duitsers ook woonwagenbewoners op transport zetten naar concentratiekampen.

Ondergedoken

Vader Burhenne werd tijdens de oorlog te werk gesteld op het Venlose vliegveld. Nadat hij dat weigerde dook hij onder. "Toen woonde hij in Tegelen onder de grond. Ze hadden een schuilkelder gemaakt in de berg waar wij woonden. Daar was een beek en een brug met planken. Als je die weghaalde kwam je bij een schuilkelder", vertelt hij. Ondertussen woonde het gezin van zijn vader in het woonhuis. Toen Baer's vader een keer een biertje wilde gaan drinken samen met andere onderduikers in een Venloos café werd dat omsingeld door de Duitsers. De cafégangers werden gearresteerd en zijn vader belandde op het politiebureau. Bear's moeder probeerde NSB'er en hoofd van de politie Johan Berendsen - ook wel de schrik van Venlo genoemd- nog om te kopen met spijs en drank. Berendsen dreigde toen ook moeder en dochter op transport te zetten. Zijn vader werd op transport gezet naar Auschwitz, maar wist met een aantal andere arrestanten uit de trein te springen en te vluchten. Daarna dook hij onder bij zijn eigen gezin in Tegelen.

Oud ijzer

Het bewonen van een huis was voor de familie een noodgreep; na de oorlog keerden ze zo snel mogelijk weer terug naar het woonwagenkamp in Venlo. Baer groeide daar verder op. Hij begon al vroeg met venten van oud ijzer. Dat deed hij met zijn paardje. Naar school ging hij niet veel, vertelt hij lachend. "Daar word je nog slimmer van als je niet naar school gaat. Ik heb al vanaf mijn tiende in de handel gezeten. Ik kan alles verkopen, dat heb ik nog tot voor een paar jaar geleden gedaan." Na de oorlog ging zijn vader bij de opruimingsdienst. "Die deed dat toen in oud ijzer, hij kreeg een vergunning dat hij alle goederen mocht oppikken wat ze hadden achtergelaten in de oorlog; tanks, vliegtuigen, hulzen. Mijn vader heeft dat allemaal opgespaard en toen het nieuwe geld kwam heeft hij dat allemaal verkocht. Toen had-ie zoveel geld dat hij zelf niet eens meer wist hoe veel." Dat maakte de familie tamelijk welgesteld.

Poppetjes

Op zijn achttiende trouwde Baer met zijn vrouw. In zijn huidige woonwagen - meer een woonwagenchalet- staat nog een grote antieken kast vol met poppetjes. "Mijn vrouw had vroeger, als het dan bijvoorbeeld Sinterklaas was en er moesten cadeautjes komen, dan kreeg ze niks, want ze hadden nooit wat. Toen zei ze tegen me: 'als ik vroeger een pop wilde hebben, hadden we er geen geld voor thuis. Andere kinderen liepen met een mooie pop en ik had niks.'" Toen het stel ging samenwonen kocht zijn vrouw iedere jaar een pop. "Tja, als je vijftig jaar lang elke dag een poppetje koopt, dan heb je er een hoop." Zijn vrouw overleed twaalf jaar geleden, maar de poppetjes bewaart hij nog steeds zorgvuldig in de kast.

Nostalgie

Hoewel zijn jeugd niet altijd even makkelijk was en hij heel hard heeft gewerkt, roept zijn verleden als reiziger vooral nostalgische gevoelens op. "Er was geen armoede, maar ook geen weelde. In de zomer sliep ik wel eens onder de woonwagen met mijn broer, of in de auto. Kijk, hier fijn dansen en gezelligheid op het kamp, jongens en meiden bij elkaar", vertelt hij wijzend op een foto van vroeger. Contact zoeken met meisjes buiten het kamp werd destijds niet gedaan. "Dat mocht toen niet, maar dat wilde je zelf ook niet." Aan een nieuwe vrouw heeft hij geen behoefte meer. "En zeker niet iemand van de burgers. Niet omdat die slecht zijn, maar die spreken de taal niet, ze zijn anders opgevoed en hebben een ander karakter. Mijn vrouw was gewoon op mij ingespeeld en ik op haar."
Op het woonwagenkamp aan de Kaldenkerkerweg in Venlo woont hij nu met veel plezier. "Het is gewoon de sfeer. Mijn buurman kan zo bij mij op tafel kijken wat ik eet, dat interesseert ons niet. En wij passen hier op elkaar."

Cultuur op het kamp

Het is deze maand tien jaar geleden dat Nederland het UNESCO-verdrag ter bescherming van immaterieel erfgoed ondertekende. Immaterieel erfgoed kan gaan om tradities, rituelen, sociale gemeenschappen, gebruiken of gewoonten die van generatie op generatie en van persoon op persoon worden overgedragen. Iets dat is aangemerkt als immaterieel cultureel erfgoed is de woonwagencultuur, die de laatste tijd regelmatig in het nieuws is door het gebrek aan standplaatsen. Toch weten veel mensen niet wat de cultuur van woonwagenbewoners precies inhoudt. daarom dook L1 in de woonwagencultuur. In de serie 'Cultuur op het kamp' volg je de verhalen van een aantal opvallende Limburgse woonwagenbewoners.